Verloofd . Морган Райс. Читать онлайн. Newlib. NEWLIB.NET

Автор: Морган Райс
Издательство: Lukeman Literary Management Ltd
Серия: De Vampierverslagen
Жанр произведения: Книги про вампиров
Год издания: 0
isbn: 9781632914255
Скачать книгу

      Hij had er zich met heel zijn hart op verheugd om haar terug te vinden. Nu hij was er het hart van in dat ze leeg was.

      Caleb haastte zich door de kamer en ging van de ene sarcofaag naar de andere. Hij duwde elk deksel open. Maar ze waren allemaal leeg.

      Bij Caleb groeide de wanhoop toen hij het laatste deksel in de kamer naar achter duwde en het met zoveel kracht op de grond viel dat het wel in miljoenen stukjes uiteenviel. Hij had nu al een voorgevoel dat het net zoals de anderen leeg zou zijn—en hij kreeg gelijk. Hij besefte dat Caitlin helemaal nergens te vinden was in deze kamer. Het koud zweet brak hem uit. Waar kon ze toch zijn?

      De gedachte dat hij terug zou gaan in de tijd zonder haar bezorgde hem koude rillingen op zijn rug. Hij zat meer met haar in dan hij kon zeggen en zonder haar aan zijn zijde, voelde zijn leven en zijn missie doelloos aan.

      Hij herinnerde zich plotseling iets, en tastte in zijn zak om te kijken of hij het nog bij zich had. Gelukkig had hij de trouwring van zijn moeder nog steeds. Hij hield hem tegen het licht en bewonderde de perfect geslepen saffier van zes karaat die ingezet was in een rij van diamanten en robijnen. Het was nog nooit het juiste ogenblik geweest om haar ten huwelijk te vragen. Deze keer was hij vastberaden om het te doen.

      Als ze natuurlijk al mee teruggekomen was.

      Caleb hoorde een geluid, haastte zich naar de ingang en voelde iets bewegen. Hij hoopte met de moed der wanhoop dat het Caitlin was.

      Hij was verrast omdat hij naar beneden moest kijken. Dit kwam omdat de mens die van achter het hoekje kwam helemaal geen mens was. Het was Ruth. Caleb was meer dan blij om haar te zien en te ontdekken dat ze de reis in de tijd overleefd had.

      Ze rende al kwispelend met haar staart op Caleb af en haar ogen lichtten op omdat ze hem herkende. Toen ze dichterbij kwam, knielde Caleb op zijn knie en rende ze in zijn armen. Hij hield van Ruth en was verbaasd om te zien hoeveel ze gegroeid was: ze leek wel twee keer zo groot. Dit was een machtig dier. Hij kreeg ook een bemoedigend gevoel door haar hier te vinden: misschien betekende het wel dat Caitlin hier ook was.

      Ruth draaide zich plotseling om, liep de kamer uit en verdween om de hoek. Caleb verbaasde zich over haar gedrag en haastte zich om te kijken waar ze naartoe ging.

      Hij ging een andere kamer binnen. Deze was gepantserd en stond ook vol sarcofagen. Hij kon in een oogopslag zien dat ze al open waren en leeg.

      Ruth bleef rennen en zeuren, en liep ook deze kamer uit. Caleb begon zich af te vragen of Ruth hem ergens naartoe leidde. Hij versnelde zijn tred en ging achter haar aan.

      Na door verschillende andere kamers door te zijn getrokken, stopte Ruth uiteindelijk in een kleine alkoof aan het einde van de gang die schaars verlicht werd door een enkele fakkel. Binnenin stond een enkele marmeren sarcofaag die zichtbaar met de meeste zorg ontworpen werd.

      Caleb ging er langzaam naartoe en hield zijn adem in. Hij kreeg terug hoop en voelde aan dat Caitlin erin zou kunnen zitten.

      Ruth ging ernaast zitten en staarde Caleb aan. Ze bleef hartverscheurend huilen.

      Caleb knielde en probeerde het stenen deksel eraf te duwen. Maar het was veel zwaarder dan de anderen en er kwam amper beweging in.

      Hij knielde en duwde nog harder. Hij gebruikte al zijn kracht en eindelijk kwam er beweging in. Hij bleef duwen en een paar ogenblikken later kwam het deksel helemaal los.

      Caleb voelde zich helemaal overweldigd en was tegelijk ook gerustgesteld omdat Caitlin daar, zo stil als maar kon zijn, zou liggen met haar handen over haar borst gevouwen. Zijn geruststelling veranderde in bezorgdheid toen hij haar aankeek en merkte dat ze bleker was dan hij haar ooit gezien had. Er zat geen kleur op haar wangen en haar oogleden reageerden gewoon niet op het licht van de fakkel. Hij keek nog eens van dichterbij en het leek erop dat ze niet ademde.

      Hij leunde verafschuwd achterover. Caitlin leek dood te zijn.

      Ruth huilde nog harder en nu begreep hij het.

      Caleb boog voorover en plaatste zijn beide handen stevig op haar schouders. Hij schudde haar zachtjes.

      “Caitlin?” zei hij, en hij hoorde de bezorgdheid in zijn eigen stem. “CAITLIN!?” riep hij luider terwijl hij met nog krachtiger voortging met schudden.

      Maar ze reageerde niet en zijn hele lijf werd koud toen hij zich inbeeldde hoe zijn leven er zou uitzien zonder dat ze er deel van uitmaakte. Hij wist dat tijdreizen een gevaar inhield en dat niet alle vampiers elke reis overleefden. Maar hij had er nooit echt rekening genouden met de mogelijkheid dat iemand kon sterven op de terugweg. Had hij een fout gemaakt door haar te blijven aanmoedigen om verder te gaan met de zoektocht, met de missie? Had hij het beter zo gelaten en had hij er beter aangedaan om zich met haar te vestigen in het laatste tijdperk en op de vorige plek waar ze geweest waren?

      Wat als hij alles kwijt was?

      Ruth sprong in de sarcofaag, stond met haar vier poten op Caitlins borst en begon haar gezicht helemaal te likken. Minuten gingen voorbij en Ruth stopte niet met likken terwijl ze verder jankte.

      Terwijl Caleb zich voorover boog om Ruth eraf te trekken, stopte hij. Hij was verrast om te zien dat Caitlin een oog begon te openen.

      Ruth huilde in extase, terwijl ze van Caitlin afsprong en rondjes liep. Caleb leunde voorover. Hij was ook in alle staten terwijl Caitlin eindelijk haar twee ogen openen en rond begon te kijken.

      Hij haastte zich er naartoe, greep een van haar ijskoude handen en warmde ze tussen zijn handen.

      “Caitlin? Kun je me horen? Ik ben het, Caleb.”

      Langzaam, ging ze rechtop zitten, en hij hielp haar, door voorover te reiken, en zachtjes een hand onder haar nek te houden. Hij was zo gelukkig om haar ogen zoekend te zien knipperen. Hij kon zien hoe gedesoriënteerd ze was. Het was alsof ze wakker werd uit een diepe, zeer diepe slaap.

      “Caitlin?” vroeg hij opnieuw, zachtjes.

      Ze keek hem met matte ogen aan, maar toch waren haar bruine ogen zo mooi als hij ze zich kon herinneren. Hij kon meteen ook vertellen dat er iets niet klopte. Ze glimlachte nog steeds niet en terwijl ze met haar ogen knipperde, leken het wel de ogen van een vreemde te zijn.

      “Caitlin?” vroeg hij opnieuw. Deze keer was hij bezorgd.

      Ze staarde hem aan met haar ogen wijd open en hij zag in shock dat ze hem niet herkende.

      “Wie ben jij?” vroeg ze.

      Calebs moed zakte in zijn schoenen. Was dit mogelijk? Had de reis haar geheugen gewist? Was ze hem werkelijk vergeten?

      “Caitlin,” probeerde hij opnieuw, “ik ben het. Caleb.”

      Hij glimlachte en hoopte dat het haar zou helpen om iets te herinneren.

      Maar ze glimlachte niet terug. Ze staarde hem gewoon aan, met een lege blik, terwijl ze verschillende keren met haar ogen knipperde.

      “Het spijt me,” zei ze uiteindelijk. “Maar ik heb geen idee wie je bent.”

      HOOFDSTUK TWEE

      Sam werd wakker door het geluid van krijsende vogels. Hij opende zijn ogen en zag dat er hoog in de lucht verschillende gieren rondcirkelden. Het leken er wel een dozijn en ze vlogen steeds lager en lager. Het leek wel of ze van recht boven zijn hoofd op hem neerkeken. Alsof ze wachtten.

      Hij besefte plots dat zij ervan uitgingen dat hij dood was en dat ze hun kans afwachtten om hem op te pakken en op te eten.

      Sam sprong recht en toen hij dat deed, vlogen de vogels plotseling weg alsof ze verstoord werden door de verrijzenis van de doden.

      Hij keek rond en probeerde zich te oriënteren. Hij bevond zich in een veld dat middenin glooiende heuvels lag. Zo ver hij kon zien, waren er nog meer heuvels die bedekt waren met gras en struiken met gekke vormen. De temperatuur was perfect en er was geen wolkje aan de hemel. Het zag er allemaal heel pittoresk uit en er stond geen enkel gebouw in de omgeving. Hij leek wel ergens in nergens